Inclusie bij het College voor de Rechten van de Mens: een genuanceerde discussie

Het College voor de Rechten van de Mens zet zich dagelijks in voor gelijke behandeling en non-discriminatie. Maar hoe werkt het als je zelf als organisatie ook een inclusieve werkplek wilt zijn? Stan is visueel beperkt en spreekt met Augustina Wamulume van het College over hoe zij dit aanpakken.  

 

Diversiteit is niet hetzelfde als inclusie 

Wij begonnen als een diversiteitswerkgroep, maar hebben daar inclusie aan toegevoegd,” vertelt Augustina. Volgens haar is er vaak verwarring over de termen diversiteit en inclusie. “Diversiteit betekent dat je als organisatie een afspiegeling bent van de samenleving, dus dat er mensen uit verschillende hoeken van de samenleving werken. Maar dat alleen is niet genoeg. Al die mensen moeten ook zichzelf kunnen zijn op de werkvloer, ongeacht achtergrond of beperking. Dat is inclusie.” Deze nuance is belangrijk. Een divers team betekent niet automatisch dat iedereen zich veilig voelt. Het College werkt daarom hard aan een omgeving waarin niemand wordt buitengesloten: “We hebben periodiek workshops met z'n allen om te kijken hoe we een betere en veilige sociale werkplek kunnen creëren met z’n allen. In deze bijeenkomsten nodigen we bijvoorbeeld een externe trainer uit die praktische oefeningen en casussen behandelt, zodat we elkaar leren feedback geven op een respectvolle manier. We bespreken lastige situaties, oefenen met rollenspellen en leren hoe je ongemakkelijke onderwerpen kunt aankaarten.” 

Bewustwording van onbewuste vooroordelen 

Discriminatie kan onbewust gebeuren, ook bij werving en selectie. Het college biedt de workshop ‘Bewustwording onbewuste vooroordelen’ aan, om mensen te laten nadenken over die vooroordelen die je niet zomaar zelf ontdekt. “Hierdoor leren we objectiever te kijken naar kandidaten en elkaar als collega’s.” Volgens Augustina is dat belangrijk, want vooroordelen zitten vaak diep, zonder dat je het zelf beseft.  

Voor wie met sollicitaties bezig is, is er een speciale training: ‘Selecteren zonder vooroordelen’. “Deze geven we extern, maar eens in de zoveel tijd ook intern. “Het is heel menselijk om een beetje een klik te voelen met mensen die op jou lijken, maar op het moment dat je op zoek bent naar een geschikte kandidaat, dan moet dat niet uitmaken.” Met de trainingen zorgt Het College ervoor dat tijdens de werving en selectie zo objectief mogelijk wordt gehandeld. Dit is niet alleen in het belang van sollicitanten met een beperking of andere achtergrond, maar voor iedereen die een eerlijke kans verdient.  

Een genuanceerde discussie 

Toch is de weg naar inclusie niet rechtlijnig. “Het is een hele genuanceerde discussie en ook een hele moeilijke,” zegt Augustina. “Je wilt niet dat iemand er alleen maar is omdat die in een bepaald ‘hokje’ past. Tegelijkertijd is het waardevol als een organisatie een afspiegeling van de samenleving is, omdat medewerkers dan beter kunnen begrijpen waar mensen met verschillende achtergronden tegenaan lopen.” 

Augustina benadrukt bovendien het belang van de juridische kaders: “Het is op zichzelf een heel mooi doel om diverser en inclusiever te zijn, maar vergeet niet dat je gebonden bent aan wetgeving. Je mag niet zomaar positief discrimineren, ook dat is discriminatie.” Goede bedoelingen zijn belangrijk, maar moeten binnen de grenzen van de wet vallen. Het College ziet in meldingen van burgers en klachten vaak hoe misverstanden kunnen ontstaan. Het is belangrijk dat organisaties de wet kennen en zorgvuldig handelen, zodat niemand zich achtergesteld voelt. 

Blijven proberen 

Het College wil zelf ook steeds blijven leren. Zo denken ze na over hoe zij hun documenten nog toegankelijker kunnen maken, over de indeling van de zittingszaal en over hoe ze Caribisch Nederland beter kunnen betrekken. “We hebben bijvoorbeeld een klankbordgroep die advies geeft over de toegankelijkheid van onze zittingszaal. Op hun aanraden passen we de inrichting aan, zodat iedereen er prettig kan plaatsnemen en zich veilig kan bewegen. Ook hebben we een extern bureau ingeschakeld om onze interne systemen en documenten beter toegankelijk te maken voor mensen met een visuele beperking. Zo verbeteren we stap voor stap onze digitale processen, zodat geen enkel bestand of formulier onnodige drempels opwerpt,” licht Augustina toe. “We zijn nog heel erg zoekende in hoe we dat het beste kunnen doen, wat past binnen onze eigen organisatie,” zegt ze. “We proberen in ieder geval veel, en dat moedig ik juist aan.” 

Met workshops, feedback en voortdurend nadenken over wat wel en niet werkt, hoopt het College anderen te inspireren. Niet alles lukt in één keer, maar door open te staan voor verandering en de dialoog aan te gaan, komt een inclusievere werkomgeving stap voor stap dichterbij. De boodschap: Inclusie is een dynamisch proces. 


Over de interviewer: Stan

Stan is 23 jaar oud en volledig blind. Momenteel bevindt hij zich in de laatste fase van zijn master Rechten aan de VU. Hij start eind maart met een stage van enkele maanden bij het College voor de Rechten van de Mens in Utrecht. Zijn ambitie voor de toekomst is om aan de slag te gaan binnen het strafrecht. Het lijkt hem interessant om bij de Rechtbank te werken, wellicht uiteindelijk als rechter.

Aan werkgevers zou hij willen meegeven dat het belangrijk is om bij een sollicitatie – en ook daarna – te kijken naar de persoon zelf en niet iemand af te wijzen vanwege een visuele beperking. Het draait om iemands individuele kwaliteiten. Soms is extra ondersteuning nodig, maar dat kan voor een werkgever uiteindelijk veel opleveren. Het goede nieuws is dat er al steeds meer werkgevers zijn die, zoals uit interviews blijkt, bereid zijn deze stappen te zetten.