Inclusie bij de gemeente Den Haag: “Ik hoop dat we straks met 11.000 collega’s kunnen zeggen ‘dit is van ons allemaal!’”

De gemeente Den Haag is met ruim 11.000 medewerkers een ontzettend grote werkgever. Maar hoe zorg je ervoor dat zo’n grote organisatie daadwerkelijk een inclusieve werkplek is? Dat vroeg Niels, die zelf een visuele beperking heeft, aan Lawrence Eghosa, directeur Diversiteit en Inclusie. Hij vertelt over de initiatieven en uitdagingen die daarbij komen kijken. 

Inclusiviteit in de praktijk 

Inclusie bij de gemeente Den Haag betekent dat iedereen, ongeacht achtergrond, beperking of identiteit, zich welkom en veilig voelt op de werkvloer. “Het gaat erom dat je hier mag zijn, dat je onderdeel bent van de gemeente en dat er geen ruimte is voor discriminatie, uitsluiting of pestgedrag,” legt Lawrence uit. “En dat is niet alleen voor mensen met kleur of mensen zonder kleur of mensen met een beperking, het is voor iedereen.” 

Om dat te bereiken werkt de gemeente aan bewustwording en cultuurverandering binnen de organisatie. Dit gebeurt onder andere via Haagse gesprekken, waarin collega’s open en eerlijke dialogen voeren over inclusie en diversiteit. Daarnaast organiseert de gemeente omstanderstrainingen, waarin medewerkers leren hoe ze kunnen ingrijpen als ze discriminerend gedrag of uitsluiting signaleren. “Het moet niet zo zijn dat alleen degene die het overkomt iets moet zeggen. Ook de mensen eromheen moeten kunnen zeggen: dit is niet oké,” aldus Lawrence. 

Ook zijn er verschillende medewerkersnetwerken, zoals Netwerk Neurodiversiteit, Fem Haag, Den Haag Pride en Jong Den Haag die bijdragen aan een inclusieve werkomgeving en adviseren over beleid. 

Wat gaat goed en wat kan beter?

Volgens Lawrence is een belangrijke vooruitgang dat inclusie geen taboe meer is: “Het feit dat we hierover praten met elkaar, dat is al een stap vooruit.” Tegelijkertijd ziet hij ook verbeterpunten. “Ik zou blij zijn als ik later dit jaar kan zeggen: de groep mensen die zich hier actief voor inzet, is groter geworden. Nu ligt het nog te veel bij een aantal enthousiaste collega’s. Maar ik hoop dat we straks met 11.000 collega’s kunnen zeggen ‘dit is van ons allemaal!’” 

Een ander aandachtspunt is digitale en fysieke toegankelijkheid. “Als je bijvoorbeeld visueel beperkt bent, moet je zelfstandig van beneden naar je werkplek kunnen komen,” zegt Lawrence. Daarom betrekt de gemeente ervaringsdeskundigen actief bij verbeteringen. “Vandaag heb ik een gesprek met een collega die een geleidehond heeft. Hij wil graag meedenken en zijn ervaringen delen. Dat soort input is heel waardevol.” 

De kracht van positieve verhalen 

Een effectieve manier om inclusie te bevorderen, is het delen van succesvolle praktijkvoorbeelden. Lawrence vertelt over een team op de Leyweg, waar mensen met verschillende achtergronden, beperkingen en vaardigheden op een natuurlijke manier samenwerken. “Ze helpen elkaar, bijvoorbeeld met taal of toegankelijkheid, en doen hun werk gewoon hartstikke goed. Zulke voorbeelden laten zien dat inclusie echt werkt.” 

Ook trainingen en bewustwordingssessies spelen een rol. Bijvoorbeeld de workshop waarbij deelnemers geconfronteerd worden met hun onbewuste vooroordelen. “We laten een foto van iemand zien en vragen: wat denk je dat deze persoon voor werk doet? Negen van de tien keer zitten mensen ernaast. Dan zie je hoe diep bepaalde aannames geworteld zijn.” 

“We moeten dit samen doen”

Inclusiviteit is geen eindstation, maar een voortdurend proces. “We zijn op de goede weg, maar we zijn er nog niet,” benadrukt Lawrence. Dit geldt ook voor het wervingsbeleid. De gemeente streeft ernaar om objectief en inclusief te werven, bijvoorbeeld door sollicitatieprocedures te herzien en vooroordelen bij selectie tegen te gaan. Toch is er nog werk aan de winkel. “Op lagere niveaus zijn we een goede afspiegeling van de stad, maar hoe hoger je komt, hoe minder diversiteit je ziet. Daar moeten we iets aan doen.” 

Lawrence gelooft sterk in samenwerking: “We moeten dit samen doen, als gemeente en als maatschappij. We kunnen van elkaar leren en het gesprek blijven voeren, ook over moeilijke onderwerpen.” Zijn belangrijkste advies voor andere organisaties? “Sta open voor anderen, maak inclusie bespreekbaar en blijf in verbinding met elkaar. Alleen samen komen we verder.” 


Over de interviewer: Niels

Niels is vanaf zijn geboorte blind, al kan hij nog een klein beetje het verschil tussen licht en donker onderscheiden. Zo ziet hij bijvoorbeeld wanneer de zon schijnt. Hij heeft een tijd Sociaal Juridische Dienstverlening gestudeerd en daarna Communicatie, maar deze studies niet afgerond.

Binnenkort begint Niels aan een mooie uitdaging bij de Belastingdienst. Zijn ambitie is om zich daar verder te ontwikkelen en binnen de organisatie te groeien. Hij hoopt op deze manier bij te dragen aan een inclusieve samenleving en te laten zien wat er wél mogelijk is.

Aan werkgevers wil hij meegeven dat het belangrijk is om verder te kijken dan een beperking. Denk in mogelijkheden en durf de uitdaging aan te gaan. Inclusie binnen een organisatie is een verrijking en kan laten zien hoeveel wél mogelijk is. Door open te staan voor elkaar, naar elkaar te luisteren en samen te werken, kun je elkaar alleen maar versterken.